Preventief en jong geleerd

Een tijdje geleden was het weer zover. Een bezoekje aan mijn mondhygiëniste stond weer op de agenda. Niet mijn aangenaamste bezigheid. Het reinigen van mijn tanden en kiezen is namelijk een gevoelige kwestie en zeker niet altijd prettig.

Al jaren weet ik dat vaker poetsen mijn probleem niet oplost. In mijn eigen strijd tegen cariës en tandvleesproblemen, poets ik met een elektrische tandenborstel, flos en raag ik om zoveel mogelijk problemen te voorkomen. Mijn mondhygiëniste helpt me in deze strijd. Ze verwijdert eens in de drie maanden, mijn overtollige tandsteen, geeft me adviezen om toekomstig tandplak te voorkomen en voorziet me van de laatste inzichten op het gebied van mondpreventie.

In mijn jeugd ben ik niet opgevoed met 2-3 keer per dag je tandenpoetsen en werd ik niet meegenomen naar de tandarts of mondhygiëniste. Eén of soms twee keer per jaar, werd ik wel de stuipen op het lijf gejaagd, door de schooltandarts, die met zijn bus voor kwam rijden. De strijd tegen tandbederf had een andere aanpak dan nu.

Terwijl ik ga zitten, in de wachtkamer, zie ik een klein meisje. Ze praat honderduit. “Mag ik dan ook in de stoel zitten, mama? Kijkt de tandarts dan ook in mijn mond, mama?” Haar moeder geeft haar, tijdens de vragen, een boekje van de plank boven de speelhoek. Met haar kleine vingertjes slaat ze blad naar blad om. Voorkomen is beter dan genezen”, zegt haar moeder, als ze ziet dat ik glimlachend alles aanschouw. Ik knik en ben het volledig met haar eens. Preventie, is een serieuze aangelegenheid.

Het kleine meisje wijst naar de boeken op de plank. “Mama kijk, nog meer boeken, mag ik die ook?” Haar moeder neemt een stapeltje en gaat naast haar zitten. Het jonge kind is niet meer te stoppen. Een waterval van vragen en de woorden van haar moeder klinken door de wachtkamer.  “Kijk…daar STAAT tandarts, mond, stoel…….”.

Mijn gedachten gaan naar de kleuters op mijn werk en de woorden die in het onderwijs vaak gebruikt worden in groep 1-2. Voorbereidend en ontluikend, ze geven eigenlijk precies aan wat ik hier in de wachtkamer zie; voorbereidend, spelenderwijs ontdekken wat er bij de tandarts gebeurt. Maar heeft ze daar de woordpatronen al voor nodig? Geven de plaatjes en de spreektaal van haar moeder al niet voldoende antwoorden op haar vragen? Welke basisvoorwaarden zijn er eigenlijk nodig om kleuters actief te betrekken bij ontluikende geletterdheid?

Het afgelopen jaar ben ik concreet bezig geweest met deze vraag en gaf ik één keer per week les aan een groepje kleuters. Een les gericht op één van de basisvoorwaarden van leren lezen; het visuele aspect, het waarnemen. Onze zintuigen, in dit geval onze ogen, nemen veel prikkels waar en deze signalen worden doorgestuurd naar onze hersenen. Ze zetten ons aan tot nadenken. Goed kunnen waarnemen voedt onze hersenen optimaal. Een preventieve “voeding” zeker t.a.v. leren lezen.

Elk week kregen de kleuters een andere, visuele, opdracht. Het zoeken van afbeeldingen in een zoekplaat. Het beschrijven van een vorm in hun eigen taal, het namaken van vormen met deeg of luciferhoutjes en zoeken naar verschillen in twee, ogenschijnlijk, zelfde afbeeldingen. Daarnaast kregen ze patroonopdrachten met kralen, werden er visuele afbeeldingen nagemaakt met bouwsteentjes, speelden we spelletjes als Ligretto Kids en memory met lettervormen. Ook de voelzak was een zeer geliefd object bij kleuters.  Zoeken, herkennen en beschrijven vanuit je handen en ogen en niet vanuit een klank. Stapje voor stapje, ieder in een eigen tempo, met behulp van hun hypergevoelige handen, leren. Horen, zien en denken werden met elkaar verbonden.

Gericht en nauwkeurig kijken is heel belangrijk bij het leren lezen alleen zo kun je verschillen ontdekken tussen bak en tak, tussen boren en horen en streep en streek. Om letterklanken binnen een woordklank te kunnen onderscheiden moet een lezer gebruik kunnen maken van een visueel woordbeeld. Goede lezers zien in elk rijtje letters direct een herkenbaar patroon. Zwakke lezers ervaren, helaas, vaak dit patroon niet. Zij zien een onsamenhangend ‘rijtje letters’ waardoor patroonervaring uitblijft. Lezen is echter het zien van zichtbaar gemaakte taal. Terwijl ik wacht op mijn mondhygiëniste denk ik aan de overeenkomsten van preventie bij de tandarts en leren lezen. Ook bij het leren lezen wordt het probleem niet opgelost door meer van hetzelfde aan te bieden. Ook bij leren lezen, zijn er nieuwe inzichten gekomen. Wat voor tandenpreventie geldt, geldt zeker ook voor lezen. Als we van elk kind een goede lezer willen maken, start ook dit met een preventief aanbod.

De deur van de kamer van mijn mondhygiëniste gaat open. “Mevrouw van Stiphout, bent u er klaar voor?” Mijn “ja zeker”, klinkt luidt en duidelijk.  Ik doel echter niet op mijn behandeling, maar op dat kleine meisje met haar boekje. Een preventieve aanpak voor haar en haar leeftijdgenootjes bestrijdt laaggeletterdheid, voorkomt onnodige leesproblemen en diagnoses zoals dyslexie. Mijn preventieve “leeszorg” ontwikkel ik met Alfa- bedding elke dag verder, met nieuwe inzichten en nieuwe instrumenten. Ik ben er klaar voor. En jij? Wat heb jij nog nodig om er klaar voor te zijn?

Share this Post

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*