Met je handen in het haar

Herken je het? Geen oplossing meer zien, niet meer weten welke kant je op moet? Vier jaar geleden zat ik letterlijk met mijn handen in mijn haar.

In groep 3 wordt bij de meeste kinderen een basis gelegd voor een goede leesvaardigheid. Een vaardigheid die je niet leert door te luisteren, zelfs niet in een rijke leesomgeving. Leren lezen kun je zien als een vaardigheid als leren fietsen.  Toch gaat het tijdens dit “leren fietsen” vaak mis. Kinderen staan regelmatig stil, of blijven hardnekkig “steppen” op de fiets. (hakken en plakken)

Ook ik had, als Rt-er, deze kinderen. Kinderen waar je alle bestaande methodieken op  losgelaten  hebt, maar waarvan “de fiets” niet in beweging komt. Toch kreeg ik zelden “de” signalen die wezen op een ernstig leesprobleem. Wel een gevoel waar ik niet precies mijn vinger op kon leggen. Totdat ik een artikel onder ogen kreeg.

Dit artikel gaf aan dat, als we kinderen op een andere manier zouden leren lezen en spellen, dyslexie nauwelijks voor zou komen. Het artikel vertelde dat gebruikte leesmethoden ongeschikt zijn voor bepaalde kinderen en dat het proces van leren, onlogisch ingericht zou zijn. De man achter deze uitspraken, Balt van Raamsdonk, was stellig, heel stellig. Met lede ogen zag hij de huidige groei van het aantal kinderen met de diagnose dyslexie. Hij  reageerde in dit artikel met de woorden: “Het ligt niet aan de kinderen. De leesmethodes lokken dyslexie uit.”

Nog niet helemaal overtuigd, maar wel getriggerd ging ik op onderzoek uit want ook ik zag de problematieken rondom lezen om me heen. Schoten we te kort in ons onderwijs, gaven we onvoldoende wat kinderen nodig hadden om tot lezen te komen?

Al snel viel ik van de ene verbazing in de andere. Alle methodieken en methodes die ik bekeek, waren gebaseerd op één en hetzelfde: KLANK. Dit zag ik ook terug in alle zorgniveaus van het onderwijs. Kinderen die moeite hadden met lezen kregen extra instructie of een extra aanbod, maar altijd gebaseerd op hetzelfde: KLANK.

Ik zag geen slecht leesonderwijs, maar een onvolledig en niet passend onderwijs voor al onze kinderen. Ik begon steeds beter te begrijpen wat Balt van Raamsdonk zo stellig beweerde. 

Het klankaanbod aan kinderen start in de kleutergroep. Helaas vergeet men dan vaak ook dat dit de periode is dat het brein van kleuters nog helemaal niet klaar is voor de snelle integratie van visuele, verbale en auditieve informatie.
Juist kinderen met een minder genetisch, zwakkere, aanleg voor lezen en/of een thuissituatie waarin lezen een mindere rol speelt, hebben frequent en op een speelse manier aandacht nodig voor alle aspecten die nodig zijn binnen een leesontwikkeling.

Het spel, begrippen, vormen en patronen zijn allemaal zaken die van belang zijn om tot vlot lezen te komen. Ons vroege aanbod omvatte, helaas, ook niet altijd de juiste middelen om te leren lezen (fietsen) op latere leeftijd.

Na een onderzoek van een jaar in 2017/2018 ben ik nu 3 jaar verder. Overtuigd dat naast onze bestaande methodieken,  de methodiek van Alfa- bedding®, iets kan toevoegen wat ons onderwijs nu te kort komt.  Tenminste,  als we ons hiervoor open willen stellen en niet vasthouden aan de veilige weg die we nu bewandelen.

O ja, die leerling waar het mee begon, stept niet langer maar fiets ook echt. Hij is gemotiveerd, betrokken en voelt zich competent. Voor mij het allermooiste bewijs dat een aanvullend aanbod werkt.

Aquilien van Stiphout

Share this Post

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*
*